Slaafse nabootsing van een krant? Niet volgens de rechtbank Den Haag

Door onze advocaat slaafse nabootsing Yuri Benjamins.

Een zaak in kort geding bij de rechtbank Den Haag. Een interessante zaak omdat zowel het arbeidsrecht, het ondernemingsrecht en de leer van de slaafse nabootsing voorkomen. Vandaag bespreken we echter alleen even kort het deel van de slaafse nabootsing. Mogelijk komen we later nog terug op de andere juridische invalshoeken.

Wat was er gebeurd?

Twee mensen zijn eigenaar van uitgeverij die een lokaal huis aan huis blad in Scheveningen maakt, De Scheveningsche Courant. Het sufferdje wordt geheel gefinancierd met advertentie-inkomsten. Op enige moment krijgen de eigenaren ruzie en wordt eigenaar X door eigenaar Y ontslagen als bestuurder. Direct daarop staart meneer X een eigen huis aan huis blad, De Scheveninger, die precies een dag eerder uitkomt, namelijk op dinsdag in plaats van woensdag. Hij krijgt ook een groot aantal adverteerders zo ver om over te stappen van de Scheveningse Courant naar De Scheveninger. Eigenaar Y van de Scheveningse Courant is hier niet blij mee.

Wat werd er geëist?

Hij voert zoals gezegd een aantal gronden aan, waaronder de stelling dat het blad de Scheveninger een zodanige kopie is van de Scheveningsche Courant dat er sprake is van slaafse nabootsing. Dit zou onder meer blijken uit het feit bijvoorbeeld dezelfde fotograaf werd gebruikt, maar ook dat de waterstanden op eenzelfde manier werden weergegeven in beide krantjes. Daarnaast zou er ook verwarring ontstaan vanwege de gelijkende namen van beide kranten.

Wat vond de rechter?

De rechter wijst alle gronden af en dus ook dat er sprake is van slaafse nabootsing. De rechter stelt eerst vast dat er op basis van de vaste jurisprudentie rondom slaafse nabootsing sprake moet zijn van twee eisen waaraan voldaan moet zijn. Er moet sprake zijn van nodeloze verwarring tussen de producten en het product dat wordt nagemaakt moet een eigen plaats in de markt hebben.

1. Nodeloze verwarring

De rechtbank is direct al van mening dat er geen sprake is van nodeloze verwarring. De rechter stelt kort gezegd dat het formaat van de kranten (tabloid vs. Broadsheet), de kleuren en de omvang van de afbeeldingen en advertenties maken dat er geen sprake kan zijn van verwarring.

Daar voegt de rechtbank aan toe dat mensen gewend zijn om meerdere kranten te ontvangen en dat deze vanwege hun aard allemaal enige gelijkenis hebben. Er kan dus geen sprake zijn van ‘een eigen gezicht’ van de Scheveningsche Courant.

2. Eigen plaats in de markt

Doordat de rechtbank al bij de nodeloze verwarring tot de slotsom gekomen is dat daar geen sprake van is, komt zij niet toe aan het bespreken van de eigen plaats van het huis aan huis blad in de markt. Dit is begrijpelijk, maar had voor de uitleg van een eigen plaats op de krantenmarkt nog interessant kunnen zijn voor de rechtsgeleerden.

Conclusie

Het zij gezegd dat dit enkel de bespreking van de slaafse nabootsing vordering was. Door de Scheveningsche courant werd er ook een beroep gedaan op oneerlijke concurrentie. Deze werd door het niet aanwezig zijn van een concurrentiebeding ook afgewezen. Daarover een andere keer meer.

By | 2018-02-01T17:29:18+00:00 1 februari 2018|